In de nacht van 4 op 5 november 1944 dreunde Stirling Mk
IV, LK195 over het IJsselmeer. Behorende tot het 190 Squadron
was het eerder die nacht vertrokken van Great Dunow. Het had
als missie voor deze nacht het droppen van goederen voor het
ondergrondse verzet in Noord-Holland. Getuigen, van het verzet
in West-Friesland, hoorden het toestel een enkele maal
rondvliegen. De Stirling was duidelijke zoekende ter hoogte
van Venhuizen, een dorp nabij Enkhuizen. Het vloog zo laag dat
Freek Luider, een plaatselijke dorpssmid, beweerde het zwiepen
van de propellers te hebben gehoord. Luider was druk bezig
spullen te verzamelen van een eerdere dropping die nacht. Hij
had dus niet direct de tijd om op onderzoek te gaan. De
volgende dag bezocht Luider de dijk nabij de hoek dat bekend
staat als de Hondenhemel. Hier was de onfortuinlijke Stirling
vlak voor de dijk in het IJsselmeer neergekomen. De Duitsers
borgen de bemanning en verwijderden enkele grote stukken van
de bommenwerper. De omgekomen bemanning werd begraven in
Enkhuizen. In het voorjaar van 1946 werd door Freek Luider en
Jan Sijm een poging ondernomen het gehele vliegtuig te bergen.
In het achtereinde werd de staartschutter Flying Officer H.E.
Evans teruggevonden. Deze werd ter aarde besteld op de
begraafplaats van Bovenkarspel. Containers met wapens en
munitie werden tijdelijk opgeslagen in het nabijgelegen
gemaal. Luider zelf hield als souvenir een revolver, maar
leverde deze later in vanwege het steeds terugkerende
registreren. Het schroot werd later verkocht aan een sloper.
DE BEMANNING:
Flying Officer E.D. Hodgson, piloot Royal Canadian Air
Force (begraafplaats Enkhuizen)
Flying Officer E.J. Rusenstrom, navigator Royal Canadian
Air Force (begraafplaats Enkhuizen)
Flying Officer G.L. Towns, bommenrichter, Royal Air Force
(begraafplaats Enkhuizen)
Warrant Officer W. King, radioman/boordschutter, Royal Air
Force (begraafplaats Enkhuizen)
Sergeant R.H.G. Nevard, boordwerktuigkundige, Royal Air
Force (begraafplaats Enkhuizen)
Flying Officer H.E. Evans, staartschutter, Royal Air Force
(begraafplaats Bovenkarspel)
De graven in Enkhuizen
DE LADING: 14 of 15 containers met onder andere:
120 Stenguns (inclusief magazijnen)
620 lege magazijnen
54.150 stuks 9 mm munitie
256 handgranaten
4 Brenguns (inclusief 7.168 patronen)
2 Bazooka's (inclusief 28 raketten)
15 pistolen (inclusief 750 patronen)
140 blikjes cornedbeef
12 blikken margarine
10 blikken biscuits en chocolade
DE BERGING
Verzamelaars en sportduikers ontdekten restanten van het
toestel de jaren die volgenden. Stenguns, pistolen en munitie
die goed verpakt waren in het vet verdwenen in het criminele
circuit. In 1990 werd door duikers nog steeds op het wrak
gedoken en kwamen nog steeds delen en onderdelen van wapens en
munitie naar boven. Er wordt besloten in een gezamenlijke
operatie door twee particuliere bedrijven, luchtmacht en
marine de laatste restanten nu definitief te verwijderen. De
eerste delen worden op 24 april 1991 opgevist, en op 17 mei
wordt de zaak afgerond. In een half miljoen gulden (circa
200.000 Euro) kostende operatie wordt wat aluminium geborgen
alsmede enkele duizenden patronen, drie handgranaten,
magazijnen, Brenguns en vijftien kilo springstof. De
containers waren vernield en van de motoren werd geen spoor
terug gevonden. Wel werden enkele oude kanonskogels, die
enkele eeuwen daarvoor tijdens een slag op de Zuiderzee waren
verschoten, geborgen.
Een brokstuk van Stirling LK195
DE GESCHIEDENIS VAN HET No 190 SQUADRON
Moto: ‘Ex Tenebris’ (Through Darkness)
No 190 Squadron wordt geformeerd op 24 oktober 1917 te Rochford als een nacht-trainings onderdeel. Na de Eerste Wereldoorlog wordt het squadron in april 1919 opgeheven.
Op 1 maart 1943, wordt het 190ste weer heropgericht te Sullom Voe met Catalinas en vliegt Anti-U-boat missies over de Atlantische Oceaan tot het wederom wordt opgeheven op 31 december 1943.
Op 5 januari 1944 wordt het weer nieuw leven ingeblazen op Leicester East en uitgerust met de Stirling. Het vliegen begint in maart van dat jaar in het oefenen met het trekken van zweeftoestellen. Vanaf april 1944 worden er voorraden gedropt over Frankrijk. Op D-Day stuurt het squadron drieëntwintig Stirlings met paratroepers naar de springgebieden om diezelfde dag nog achttien zwevers te verslepen naar Normandië.
Gedurende de eerste twee dagen van de luchtlandingen nabij Arnhem, in september 1944, maakt het 190 Squadron 46 vluchten, waaronder 6 zweefvliegtuig ‘voortrekkers’. Verder worden er 53 bevoorradingsvluchten gemaakt in zwaar afweervuur, in drie dagen verliest het squadron 11 toestellen. In maart 1945 slepen 30 Stirlings zweefvliegtuigen richting Rijn als de geallieerden deze rivier over steken. In april wordt het 190ste ingezet als brandstof-vervoerder voor het leger als deze droog dreigt te vallen. In de maand mei vervoert het squadron een leger eenheid naar Noorwegen om de daar gelegerde Duitse troepen te ontwapenen. In deze periode wordt de Stirling vervangen door de Halifax. Na een periode van algemene transport opdrachten wordt het squadron omgenummerd naar 295 Squadron op 21 januari 1946.
geflankeerd door een brokstuk, links: gedenkteken te Venhuizen, rechts: gedenkteken begraafplaats Bovenkarspel